gebieden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·bie·den
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘(als heerser) bevelen’ voor het eerst aangetroffen in 901 [1]
  • afgeleid van bieden met het voorvoegsel ge- [2]
naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
gebieden gebiedend
gebod geboden
gebied


stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
gebieden
gebood
geboden
klasse 2 volledig

Werkwoord

gebieden

  1. overgankelijk een dwingende opdracht geven
    • De nieuwe heerser gebood hen alle wapens in te leveren. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

gebieden mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord gebied
Hyponiemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen