vislijn

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een vislijn met meerdere haken waaraan aas zit.
Het net zit met vislijnen (1) aan het schip vast.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vis·lijn
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vislijn vislijnen
verkleinwoord vislijntje vislijntjes

Zelfstandig naamwoord

vislijn m/v

  1. (visserij) draad met daaraan een of meer haken bestemd om vis te vangen
  2. (visserij) touw dat een visnet met een vissersschip verbindt

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen