taster

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De vinger als taster [1,2]
Tasters [2]

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tas·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord taster tasters
verkleinwoord tastertje tastertjes

Zelfstandig naamwoord

taster m

  1. iets of iemand die tast
  2. (biologie) een zintuiglijk orgaan van insecten, waarmee informatieve signalen uit de omgeving kunnen worden waargenomen
    • De taster van zo'n insect maakt verkenning van de omgeving in het duister mogelijk. 
  3. (techniek) een instrument dat geschikt is om een signaal op te wekken met informatie over een spoor, lijn of oppervlak waarover het wordt bewogen, of over de omgeving waarin het zich bevindt
    • De taster van het maanwagentje is onklaar geraakt. 
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

65 % van de Nederlanders;
71 % van de Vlamingen.