aankomst

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·komst
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aankomst aankomsten
verkleinwoord aankomstje aankomstjes

Zelfstandig naamwoord

aankomst v

  1. de bestemming bereiken, het aankomen
    • De aankomst van de vluchtelingen was een heel mediaspektakel. 
    • Omdat het mij speet dat mijn aankomst zijn rookpauze had verstoord, en omdat het waar was, zei ik hem, terwijl de taxi zich over het grind van ons verwijderde, dat mijn bagage wel even kon wachten, dat ik een lange reis achter de rug had en dat ik ook wel een sigaret zou lusten. [2] 
  2. de finish
     La Planche heeft niet de mythische uitstraling van de Mont Ventoux, de Tourmalet of de Alpe d’Huez, maar aan de reputatie wordt gewerkt. De vorige aankomsten waren vol betekenis.[3]
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • op zo'n 300 meter van de aankomst
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. aankomst op website: Etymologiebank.nl
  2. Pfeiffer, Ilja Leonard "Grand Hotel Europa" 2018 ISBN 978-90-295-2622-7 pagina 21
  3. Bronlink Weblink bron Rob Gollin “De helling van de mooie meisjes knijpt de renner de keel dicht” (10 juli 2019), de Volkskrant