toekomen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • toe·ko·men
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
toekomen
kwam toe
toegekomen
klasse 4 volledig

Werkwoord

toekomen

  1. recht hebben op
    • Dit salaris komt je echt toe. 
  2. iets aan iemand geven
    • Ik laat u hier de beloofde documenten toekomen. 
  3. (België) aankomen
    • Ik kom morgen toe op het vliegveld 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.