voet

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voet
enkelvoud meervoud
naamwoord voet voeten
verkleinwoord voetje voetjes

Zelfstandig naamwoord

voet m

  1. (anatomie) voortzetting van het been beneden de enkel; lichaamsdeel waar een mens en dier op staan
  2. de bodem van iets, specifiek iets dat ter ondersteuning dient
  3. (eenheid), (verouderd) oude lengtemaat, de exacte lengte is streekafhankelijk, bijvoorbeeld de Engelse voet is 0,3048 meter, de Amsterdamse voet was 0,283 meter
  4. (eenheid), (verouderd) oude oppervlaktemaat, de exacte lengte is streekafhankelijk
  5. afdruk van een voet
  6. basis op grond waarvan iets berekend, bepaald wordt (ruilvoet)
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Geen voet buiten de deur zetten
    • Niet uitgaan
  • Ik zet daar geen voet meer in huis
    • Ik wil hen niet meer bezoeken
  • Op de oude voet verdergaan / voortgaan
    • Op dezelfde manier als voorheen doorgaan met een bepaalde activiteit
  • Op goede voet staan met iemand
    • Vriendschappelijk of vertrouwelijk met iemand om kunnen gaan
  • Voet aan wal zetten.
    • Aan wal gaan.
Vertalingen

Meer informatie