lengte

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van lang (+ umlaut) met het achtervoegsel -te.
Woordafbreking
  • leng·te

Zelfstandig naamwoord

enkelvoud meervoud
naamwoord lengte lengten, lengtes
verkleinwoord

lengte v

  1. de grootste afmeting van een voorwerp: de lengte van die vrachtwagen.
  2. de tijdsduur van iets: de lengte van die film.
  3. (geogr.) op welke meridiaan een plaats ligt: op welke lengte ligt Amsterdam?
Verwante begrippen
  • 3
oosterlengte, westerlengte
Vertalingen
  • 1
  • 2
  • 3
Persoonlijke instellingen