voetganger

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voet·gan·ger
enkelvoud meervoud
naamwoord voetganger voetgangers
verkleinwoord voetgangertje voetgangertjes

Zelfstandig naamwoord

voetganger m

  1. iemand die zich te voet door het verkeer verplaatst
    Er is recentelijk weer een voetganger aangereden.
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen