schoen

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schoen
enkelvoud meervoud
naamwoord schoen schoenen
verkleinwoord schoentje schoentjes

Zelfstandig naamwoord

schoen m

  1. schoeisel, bekleedsel om de voet warm te houden en te beschermen.
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen