enkel
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- en·kel
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | enkel | enkels |
| verkleinwoord | enkeltje | enkeltjes |
Zelfstandig naamwoord
enkel
Vertalingen
1. gewricht dat de voet met het been verbindt
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | enkel |
| verbogen | enkele |
Bijvoeglijk naamwoord
enkel
- niet dubbel, bijvoorbeeld enkel spoor, enkele reis
Antoniemen
- [1] dubbel
Vertalingen
1. niet dubbel, bijvoorbeeld enkel spoor, enkele reis
Bijwoord
enkel
- niet dubbel
- niet meer dan
Synoniemen
Vertalingen
Voornaamwoord
enkel
- weinig, een paar
- Er valt vandaag een enkele bui.
- Enkele vragen hebben.
Verwante begrippen
Vertalingen
1. weinig, een paar
Noors
Uitspraak
Woordafbreking
- en·kel
Woordherkomst en -opbouw
- Afkomstig van het Nederduits.
Bijvoeglijk naamwoord
enkel
- enkel, simpel, sober
- bescheiden, natuurlijk
- «Prinsessen var kledt i en enkel kjole.»
- De prinses was kledt in een eenvoudige jurk.
- «Prinsessen var kledt i en enkel kjole.»
- zonder extra kosten.
- eenvoudig, gemakkelijk
- «Maskinen er enkel å betjene.»
- De machine is eenvoudig te bedienen.
- «Maskinen er enkel å betjene.»
Verbuiging
| stellend | vergrotend | overtreffend | ||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald (sterk) |
m/v enkelvoud | enkel | enklere | enklest |
| o enkelvoud | enkelt | |||
| meervoud | enkle | |||
| bepaald (zwak) |
enkelvoud en meervoud |
enkle | enklere | enkleste |
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
- [1-4] enkelt
| enkelvoud | meervoud | |||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | |
| nominatief | enkel | |||
| genitief | ||||
Nynorsk
Uitspraak
Woordafbreking
- en·kel
Woordherkomst en -opbouw
- Afkomstig van het Nederduits.
Bijvoeglijk naamwoord
enkel
- enkel, simpel, sober
- bescheiden, natuurlijk
- zonder extra kosten.
- eenvoudig, gemakkelijk
Verbuiging
| stellend | vergrotend | overtreffend | ||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald (sterk) |
m/v enkelvoud | enkel | enklare | enklast |
| o enkelvoud | enkelt | |||
| meervoud | enkle | |||
| bepaald (zwak) |
enkelvoud en meervoud |
enkle | enklare | enklaste |
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
- [1-4] enkelt
| enkelvoud | meervoud | |||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | |
| nominatief | enkel | |||
| genitief | ||||
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Anatomie in het Nederlands
- Sport in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Bijwoord in het Nederlands
- Voornaamwoord in het Nederlands
- Woorden in het Noors
- Bijvoeglijk naamwoord in het Noors
- Zelfstandig naamwoord in het Noors
- Woorden in het Nynorsk
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nynorsk