toespraak

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • toe·spraak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord toespraak toespraken
verkleinwoord toespraakje toespraakjes

Zelfstandig naamwoord

toespraak v

  1. een voordracht voor een groter publiek.
    Morgen is er een toespraak op het stadsplein.
Persoonlijke instellingen
Andere talen