toespraak
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- toe·spraak
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van toespreken.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | toespraak | toespraken |
| verkleinwoord | (toespraakje) | (toespraakjes) |
Zelfstandig naamwoord
toespraak v
- een voordracht voor een groter publiek
- Morgen is er een toespraak op het stadsplein.