toepassen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • toe·pas·sen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
toepassen
paste toe
toegepast
zwak -t volledig

Werkwoord

toepassen

  1. (overgankelijk) in de praktijk brengen
    Voor jullie zal ik met twee maten meten en de regels soepel toepassen.
  2. (overgankelijk) gebruiken
    Ik ga nu even deze techniek toepassen.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen