toeval
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- toe·val
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | toeval | toevallen |
| verkleinwoord | (toevalletje) | (toevalletjes) |
Zelfstandig naamwoord
toeval
- o: een gebeurtenis of omstandigheid die vooraf niet te voorzien of niet te berekenen is geweest
- m/o: (medisch) een aanval van epilepsie
Synoniemen
- [2] aanval
Vertalingen
1. een gebeurtenis of omstandigheid die vooraf niet te voorzien of niet te berekenen is geweest
2. een aanval van epilepsie