toezeggen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • toe·zeg·gen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
toezeggen
zegde toe
zei toe
toegezegd
zwak -d volledig

Werkwoord

toezeggen

  1. (ditransitief) beloven
    Hij had toegezegd deze verandering te zullen ondersteunen.
    Zij hadden dat niet toegezegd gekregen.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen