toetakelen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- toe·ta·ke·len
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| toetakelen |
takelde toe |
toegetakeld |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
toetakelen
- (overgankelijk) iemand zo mishandelen dat hij of zij zichtbaar lichamelijk letsel heeft
- Hij werd lelijk toegetakeld.