toegang
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- toe·gang
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | toegang | toegangen |
| verkleinwoord | toegangetje | toegangetjes |
Zelfstandig naamwoord
toegang m
- plaats waarlangs men ergens binnen kan gaan
- De toegang werd versperd door een groot rotsblok.
Afgeleide begrippen
- toegangsbewijs, toegangsbiljet, toegangscode, toegangsexamen, toegangshek, toegangskaart, toegangspoort, toegangsprijs, toegangsrecht, toegangstijd, toegangsweg