doe

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • doe

Werkwoord

vervoeging van
doen

doe

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van doen
    Ik doe.
  2. gebiedende wijs van doen
    Doe!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van doen
    Doe je?
  4. aanvoegende wijs van doen
    Men doe zoals men wil.


Gronings

Uitspraak
  enkelvoud meervoud
onderwerp voorwerp onderwerp voorwerp
1e persoon (ik)
k
mie wie os
2e persoon
(informeel)
doe die joe joe
2e persoon
(formeel)
joe joe joe joe
3e persoon
(mannelijk)
hai hom zai
zie
heur
3e persoon
(vrouwelijk)
zai
zie
heur
3e persoon
(onzijdig)
t t

Persoonlijk voornaamwoord

doe

  1. jij


Limburgs

Uitspraak
  • Geluid:  doe    (hulp, bestand)
  • IPA:
    • (Etsbergs): /ðuː/
    • (Montforts): /duː/
    • (Maastrichts): /duː/, /dix/
    • (Roermonds): /duː/,
    • (Rothenbachs): /d̪uː/

Bijwoord

doe

  1. toen
Synoniemen

Persoonlijk voornaamwoord

doe

  1. jij
Verbuiging
  • Verder bestaat ook nog de tweevoud met de vorm jee.