toebehoren

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • toe·be·ho·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
toebehoren
behoorde toe
toebehoord
volledig

Werkwoord

toebehoren

  1. het eigendom zijn van.
    Die fiets behoort hem toe.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Andere talen