toe-eigenen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • toe-ei·ge·nen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
toe-eigenen
eigende toe
toegeëigend
zwak -d volledig

Werkwoord

toe-eigenen

  1. (wederkerend) zich ~: iets tot zijn bezit maken, al of niet wederrechtelijk
    Hij heeft zich dat wel toegeëigend, maar is dat wel terecht?