toedienen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • toe·die·nen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
toedienen
diende toe
toegediend
zwak -d volledig

Werkwoord

toedienen

  1. (ditransitief) het doen opnemen van bijvoorbeeld een medicijn door iemand
    Zij kregen een dubbele dosis toegediend.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen