ros
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ros
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | ros | rosser | rost |
| verbogen | rosse | rossere | roste |
Bijvoeglijk naamwoord
ros
- roodachtig
- Er is een rosse kleur in gebruikt.
- voorzien van rode lichten, met name in de hoerenbuurt
- De rosse buurt van Amsterdam is wereldberoemd.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | ros | rossen |
| verkleinwoord | rosje | rosjes |
Zelfstandig naamwoord
ros o
- (verouderd) een rijpaard
- Het ros had zijn been gebroken.
Papiamento
Bijvoeglijk naamwoord
ros