gezicht

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

gezicht o

  1. de voorkant van een menselijk hoofd
  2. het feit te zien
  3. dat wat men ziet, een landschap

Vertalingen
Aspecten/acties
Persoonlijke instellingen