smaak

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Woordafbreking
  • smaak

Zelfstandig naamwoord

enkelvoud meervoud
naamwoord smaak smaken
verkleinwoord smaakje smaakjes

smaak

  1. zintuig waarmee men mee proeft.
  2. gewaarwording bij het proeven van eten en drank.
  3. bepaalde subjectieve voorkeur.
Vertalingen
  • 1 , 3
  • 2


Meer informatie

Persoonlijke instellingen