smaak

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Woordafbreking
  • smaak
enkelvoud meervoud
naamwoord smaak smaken
verkleinwoord smaakje smaakjes

Zelfstandig naamwoord

smaak

  1. zintuig waarmee men mee proeft
  2. gewaarwording bij het proeven van eten en drank
  3. bepaalde subjectieve voorkeur
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
smaken

smaak

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van smaken
    Ik smaak.
  2. gebiedende wijs van smaken
    Smaak!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van smaken
    Smaak je?

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen