schouder
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Lettergrepen
- schou·der
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | schouder | schouders |
| verkleinwoord | schoudertje | schoudertjes |
Zelfstandig naamwoord
schouder m
- (anatomie) gewricht dat een arm met de romp verbindt.
- (anatomie) (bij uitbreiding) elk van de bovenste delen van de romp van de hals tot en met het begin van de arm.
Spreekwoorden
- Brede schouders hebben.
- Veel kunnen verdragen.
- De schouders laten hangen.
- Moedeloos zijn.
- Elkaar op de schouders slaan.
- Teken van vreugde en enthousiasme.
- Het zijn sterke schouders die de weelde kunnen dragen.
- Rijkdom bederft vaak het karakter.
- Iemand een schouderklopje geven.
- Iemand een teken van goedkeuring of ondersteuning geven
- Iemand op de schouders nemen.
- Iemand publiekelijk huldigen.
- Zijn schouders onder iets zetten.
- Zich voor iets inspannen.
Vertalingen
1.
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.

