schouder

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak

Lettergrepen
  • schou·der
enkelvoud meervoud
naamwoord schouder schouders
verkleinwoord schoudertje schoudertjes

Zelfstandig naamwoord

schouder m

  1. (anatomie) gewricht dat een arm met de romp verbindt.
  2. (anatomie) (bij uitbreiding) elk van de bovenste delen van de romp van de hals tot en met het begin van de arm.

Spreekwoorden
  • Brede schouders hebben.
  • Veel kunnen verdragen.
  • De schouders laten hangen.
  • Moedeloos zijn.
  • Elkaar op de schouders slaan.
  • Teken van vreugde en enthousiasme.
  • Het zijn sterke schouders die de weelde kunnen dragen.
  • Rijkdom bederft vaak het karakter.
  • Iemand een schouderklopje geven.
  • Iemand een teken van goedkeuring of ondersteuning geven
  • Iemand op de schouders nemen.
  • Iemand publiekelijk huldigen.
  • Zijn schouders onder iets zetten.
  • Zich voor iets inspannen.

Vertalingen

Meer informatie

Aspecten/acties
Persoonlijke instellingen