borst
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- borst
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | borst | borsten |
| verkleinwoord | borstje | borstjes |
Zelfstandig naamwoord
borst v
- (anatomie) bovenste deel van de voorkant van de romp van mens (of vergelijkbaar deel bij dier), van onder begrensd door het middenrif en de hals.
- (anatomie) elk van de twee vooruitstekende klieren bij vrouwen waaruit zich de moedermelk afscheidt.
Spreekwoorden
- Dat stuit mij tegen de borst.
- Daar heb ik een afkeer van.
- Iemand aan de borst drukken.
- Iemand met gevoel omarmen.
- Zich op de borst kloppen.
- Zich op iets beroemen.
Vertalingen
1.
2.
|