knie
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- knie
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | knie | knieën |
| verkleinwoord | knietje | knietjes |
Zelfstandig naamwoord
knie m
- (anatomie) een gewricht in het midden van het been dat het bovenbeen met het onderbeen verbindt
- iets dat rechthoekig omgebogen is
Afgeleide begrippen
- [1] kniegewricht, knieval
Hyperoniemen
- [1] lichaamsdeel
Holoniemen
- [1] lichaam
Uitdrukkingen en gezegden
- De gekneusde knie niet te na gesproken
- Door de knieën gaan
Het opgeven
- Iets onder de knie krijgen
Iets leren
- Iets onder de knie hebben
Iets geleerd hebben
- Iets/iemand op de knieën krijgen
Iets/iemand verslaan
- Iemand (God, enz.) danken op zijn blote knieën/knietjes
Iemand (God, enz.) heel erg dankbaar zijn
Vertalingen
1. een gewricht in het midden van het been dat het bovenbeen met het onderbeen verbindt
de gekneusde knie niet te na gesproken
|
een taal onder de knie krijgen
iets onder de knie hebben
Meer informatie
|