aangezicht
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: aangezicht (hulp, bestand)
Woordafbreking
- aan·ge·zicht
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | aangezicht | aangezichten |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
aangezicht o
- het gezicht, het gelaat
Spreekwoorden
Uit iemands aangezicht gesneden zijn.
- Sterk lijken op iemand.