hoofd
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- hoofd
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | hoofd | hoofden |
| verkleinwoord | hoofdje | hoofdjes |
Zelfstandig naamwoord
hoofd o
- (anatomie) belangrijk lichaamsdeel, helemaal bovenaan het lichaam, waarin zich de hersenen en de meeste zintuigen bevinden.
- het hoogste of het voorste deel: het hoofd van de tafel, aan het hoofd staan.
- iemand die gezag heeft over anderen: het hoofd van een afdeling.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1.
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.