hoofd

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hoofd
enkelvoud meervoud
naamwoord hoofd hoofden
verkleinwoord hoofdje hoofdjes

Zelfstandig naamwoord

hoofd o

  1. (anatomie) belangrijk lichaamsdeel, helemaal bovenaan het lichaam, waarin zich de hersenen en de meeste zintuigen bevinden.
  2. het hoogste of het voorste deel: het hoofd van de tafel, aan het hoofd staan.
  3. iemand die gezag heeft over anderen: het hoofd van een afdeling.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen