onderbuik
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- on·der·buik
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | onderbuik | onderbuiken |
| verkleinwoord | onderbuikje | onderbuikjes |
Zelfstandig naamwoord
onderbuik m
- het gedeelte van de buik dat het dichtste bij de benen is
- De jongen zei tegen de dokter dat de pijn in zijn onderbuik zat.