des

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Woordafbreking
  • des

Bijwoord

des (gevolgd door te)

  1. hoe
    Des te meer hij at, des te dikker hij werd.
Synoniemen
Uitspraak

Lidwoord

des (verouderd)

  1. genitief van de (m enk)
    De smaak des honings is zeer zoet.
  2. genitief van het (o enk)
    De vrouw des huizes.
Opmerkingen
  • Tegenwoordig is des in de spreektaal uitgestorven en ook in de schrijftaal wordt het als stroef en ouderwets gezien des te gebruiken.
  • Als vervanging wordt van (de) of van (het) gebruikt.
  • Aan het zelfstandige naamwoord dat bij des staat, wordt een -(e)s toegevoegd.
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • plaats des onheils
    • gevaarlijke plaats
Vertalingen
Uitspraak
enkelvoud meervoud
naamwoord des dessen
verkleinwoord desje desjes

Zelfstandig naamwoord

des v/m

  1. (muziek) een met een halve toon verlaagde toon "d"
    De toon “des” klinkt in de getempereerde stemming gelijk aan de toon “cis”.
  2. (muziek) tweede toon van de chromatische toonladder (die gebaseerd is op de grondtoon c)
  3. (muziek) de grondtoon (tonica) van de “des-mineurtoonladder”, een toonladder met acht mollen als voortekens, tevens een korte aanduiding van die toonladder
    Een muziekstuk in des kan ook worden genoteerd in het gelijkklinkende cis-mineur dat vier kruisen als voortekens heeft.
  4. (muziek) de grondtoon van het “des-mineurakkoord”, de kleine drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de kleinetertstoonladder op die toon
    De drie tonen van het des-mineurakkoord (symbool: D♭m) in grondligging, zijn: des - fes - as.
Gelijkklinkende woorden
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen


Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • des

Lidwoord

des

  1. Genitief enkelvoudig van der en das
    «Die katze spielt mit dem Ball des Kindes.»
    De kat speelt met de bal van het kind.


Middelnederlands

enkelvoud meervoud
m v o m/v/o
nominatief dese dese dit dese
genitief des derre des derre
datief desen derre desen desen
accusatief desen dese dit dese

Aanwijzend voornaamwoord

des

  1. m genitief van deze.
  2. o genitief van dit.


m v o mv
nominatief die die dat die
genitief des der des der
datief dien der dien dien
accusatief dien die dat die

Lidwoord

des

  1. genitief m en o van het bepaald lidwoord: des


Limburgs

Uitspraak
  • IPA: /ðɐs/ (Etsbergs)

Persoonlijk voornaamwoord

des

  1. onbeklemtoonde genitief van doe.


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
dar

des

  1. aanvoegende wijs tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van dar
  2. gebiedende wijs (ontkennend) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van dar