toonladder

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • toon·lad·der
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord toonladder toonladders
verkleinwoord toonladdertje toonladdertjes

Zelfstandig naamwoord

toonladder v/m

  1. een stijgende of dalende opeenvolging van tonen.
    Hij zat een aantal toonladders te spelen.
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Andere talen