das

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: daS

Universeel

Woordherkomst en -opbouw

Symbool

das

  1. (tijdrekening), (natuurkunde), (eenheid) het symbool voor decaseconde, een tijdseenheid van 101 seconde
Verwante begrippen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • das
enkelvoud meervoud
naamwoord das dassen
verkleinwoord dasje dasjes

Zelfstandig naamwoord

das m

  1. (dierkunde) Meles meles Wikispecies-logo-en.png, marterachtig roofdier
  2. (kleding) lange, smalle reep stof die onder de kraag van het overhemd wordt vastgeknoopt
  3. (kleding) een langwerpige en brede lap stof om de hals
  4. strop.
Synoniemen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

Iemand de das omdoen.

  • Iets iemand noodlottig worden.
Vertalingen

Meer informatie


Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: dass

Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • das

Lidwoord

das

  1. het (nominatief en accusatief enkelvoud onzijdig van van het bepaald lidwoord)
    «Das Haus ist eingestürzt.»
    Het huis is ingestort.

Aanwijzend voornaamwoord

das

  1. dat
    «Das glaube ich nicht.»
    Dat kan ik niet geloven.

Betrekkelijk voornaamwoord

das

  1. dat (nominatief en accusatief enkelvoud onzijdig van van het betrekkelijk voornaamwoord)
    «Das Mädchen, das gestern noch zur Schule ging, liegt heute im Krankenhaus.»
    Het meisje, dat gisteren nog op school zat, is nu in het ziekenhuis.


Fijisch Hindoestani

Telwoord (hif)
1 11 10 100 103
2 12 20 200 106
3 13 30 300
4 14 40 400
5 15 50 500
6 16 60 600
7 17 70 700
8 18 80 800
9 19 90 900

Hoofdtelwoord

das

  1. tien



Spaans

Werkwoord

vervoeging van
dar

das

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van dar