dit

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Aanwijzend voornaamwoord

dit ; enkelvoud o nabij

  1. zelfstandig gebruikt.
    Dit is een boek.
  2. met een onzijdig woord in het enkelvoud.
    Ik houd van dit boek.
Vertalingen


Afrikaans

  enkelvoud meervoud
onderwerp voorwerp onderwerp voorwerp
1e persoon ek my ons ons
2e persoon
(informeel)
jy jou julle julle
2e persoon
(formeel)
u u u u
3e persoon
(mannelijk)
hy hom hulle hulle
3e persoon
(vrouwelijk)
sy haar
3e persoon
(onzijdig)
dit dit
Uitspraak

Persoonlijk voornaamwoord

dit

  1. het (persoonlijk voornaamwoord van de derde persoon enkelvoud onzijdig.).



Catalaans

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

dit m

  1. (anatomie) vinger.


Frans

Werkwoord

dit

  1. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd + voltooid deelwoord van het werkwoord dire.


Middelnederlands

enkelvoud meervoud
m v o m/v/o
nominatief dese dese dit dese
genitief des derre des derre
datief desen derre desen desen
accusatief desen dese dit dese

Aanwijzend voornaamwoord

dit

  1. o nominatief dit.
  2. o accusatief dit.
Teruggeplaatst van "http://nl.wiktionary.org/wiki/dit"
Persoonlijke instellingen