muziek

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mu·ziek
enkelvoud meervoud
naamwoord muziek -
verkleinwoord muziekje muziekjes

Zelfstandig naamwoord

muziek v

  1. (kunst) een door mensen geordend akoestisch fenomeen dat zich afspeelt in een afgebakend tijdsinterval
    De traditionele elementen van muziek zijn: ritme, melodie en harmonie.
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Overerving en ontlening
Vertalingen

Meer informatie