dat

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak

Voegwoord

dat

  1. voegwoord
  2. Hij zei dat hij het niet begreep.
Vertalingen

Betrekkelijk voornaamwoord

dat o

  1. Hij verkocht het huis dat hij van zijn ouders geërfd had.

Aanwijzend voornaamwoord

dat o

  1. Dat huis is groter dan dit.
Vertalingen

Voegwoord

dat

  1. voegwoord in bijvoeglijke bijzinnen met onzijdig antecedent.
  2. voegwoord voor een lijdend-voorwerpszin.
Vertalingen


Middelnederlands

m v o mv
nominatief die die dat die
genitief des der des der
datief dien der dien dien
accusatief dien die dat die

Lidwoord

dat

  1. nominatief o van het bepaald lidwoord: het
  2. accusatief o van het bepaald lidwoord: het
Teruggeplaatst van "http://nl.wiktionary.org/wiki/dat"
Persoonlijke instellingen