dat

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Naar frequentie 5
Uitspraak
Woordafbreking
  • dat
Woordherkomst en -opbouw
  • afkomstig van:
Middelnederlands: dat
Oudnederlands: that
Germaans: *þat
Indo-Europees: *tód
  • Verwant in Germaans:
West: Engels: that (Angelsaksisch: sē), Duits: der, (Oudhoogduits: dēr), Fries: de, dy (Oudfries: thī)
Noord: Zweeds/Deens/Noors: den, det, de, (Nynorsk: det, dei, Oudnoors: sá), IJslands: sá, Faeröers: tann, tað, sá
Oost: Gotisch: sa
  • Andere Indo-Europese talen:
Lets/Litouws: tas, ta, Bosnisch: taj, Bulgaars: тоя (toja), Macedonisch: тоа, Servo-Kroatisch: тај (taj), Sloveens: ta, Russisch: тот (tot), этот (etot) Wit-Russisch/Oekraïens: той (toj), Tsjechisch/Pools/Slowaaks: ten, Oppersorbisch/Nedersorbisch: tón

Voegwoord

dat

  1. een voegwoord dat een lijdend-voorwerpszin inluidt
    Hij zei dat hij het niet begreep.
  2. een voegwoord dat een onderwerpszin inluidt
    Dat hij geen afscheid had kunnen nemen, was voor hem een bron van groot verdriet.
Uitdrukkingen en gezegden
  • Vandaar dat.
Vertalingen
Onderstaande vertalingen dienen nagekeken te worden en omgezet in de bovenstaande tabellen. Nummers na de vertalingen komen niet noodzakelijk overeen met de opgegeven definities. Voor meer uitleg zie WikiWoordenboek:Hoe vertalingen nakijken.

Betrekkelijk voornaamwoord

dat o

  1. beperkend in een bijzin die het nog niet geheel bekende antecedent nader bepaalt
    Hij verkocht het huis dat hij van zijn ouders geërfd had.
Vertalingen

Aanwijzend voornaamwoord

dat o

  1. wijst iets aan dat zich in een afstand van de spreker bevindt
    Dat huis is groter dan dit.
Vertalingen



Middelnederlands

m v o mv
nominatief die die dat die
genitief des der des der
datief dien der dien dien
accusatief dien die dat die

Lidwoord

dat

  1. nominatief o van het bepaald lidwoord: het
  2. accusatief o van het bepaald lidwoord: het


Tolai

persoon enkelvoud tweevoud weinigvoud meervoud
1ste iau amir amital avet
ave
1ste+2de - dor datal dat
da
2de u amur amutal avat
ava
3de i
ia
dir
di
dital diat
dia

Persoonlijk voornaamwoord

dat

  1. 1e persoon inclusief meervoud: wij, een vrij grote groep, jij of jullie inbegrepen



West-Vlaams

Uitspraak

.De Leiestreke is e streke in Vloandern woa dat de riviere de Leie deure lopt.

De Leienstreek is een streek in Vlaanderen waar dat de rivier de Leie door stroomt.