dat
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Voegwoord
dat
- voegwoord
- Hij zei dat hij het niet begreep.
Vertalingen
Betrekkelijk voornaamwoord
dat o
- Hij verkocht het huis dat hij van zijn ouders geërfd had.
Aanwijzend voornaamwoord
dat o
-
- Dat huis is groter dan dit.
Vertalingen
1.
Voegwoord
dat
- voegwoord in bijvoeglijke bijzinnen met onzijdig antecedent.
- voegwoord voor een lijdend-voorwerpszin.
Vertalingen
1.
Middelnederlands
| m | v | o | mv | |
|---|---|---|---|---|
| nominatief | die | die | dat | die |
| genitief | des | der | des | der |
| datief | dien | der | dien | dien |
| accusatief | dien | die | dat | die |
Lidwoord
dat
- nominatief o van het bepaald lidwoord: het
- accusatief o van het bepaald lidwoord: het