zomereik

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zo·mer·eik
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zomereik zomereiken
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

zomereik m

  1. (plantkunde) Quercus robur op Wikispecies, een soort eik
    • De zomereik is de eik die het grootste verspreidingsgebied in Europa heeft. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

74 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be