hulst

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Hulst
Hulst

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hulst
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘heester’ voor het eerst aangetroffen in 710 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord hulst hulsten
verkleinwoord hulstje hulstjes

Zelfstandig naamwoord

hulst m

  1. (plantkunde) Ilex aquifolium op Wikispecies groenblijvende boom met stekelige leerachtige bladeren en rode bessen
    • De klimop en de hulst werden in heidense tijden gezien als en symbool van de komende lente. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen