eetappel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • eet·ap·pel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord eetappel eetappels
eetappelen
verkleinwoord eetappeltje eetappeltjes

Zelfstandig naamwoord

eetappel m

  1. (voeding) vrucht van de appelboom, Malus domestica op Wikispecies, geteeld om door mensen te worden opgegeten
    • De Jonagold is een goede eetappel. 
     't Is een goede exportappel, een goede eetappel, een goede moesappel, een goede bewaarappel en een vruchtbare appel.[1]
  2. (bloemplanten) (landbouw) bepaald soort boom of struik, Malus domestica op Wikispecies, vaak in boomgaarden geplant om zijn vruchten
     Veel meer dan wilde appel vindt men verwilderde vormen van eetappel, die opgeslagen zijn uit weggegooide klokhuizen en vruchten. In nogal wat gevallen hebben ze intermediaire kenmerken tussen de gekweekte eetappel en de wilde appel, maar gewoonlijk zijn ze goed te onderscheiden, zeker in de vruchtperiode.[2]
Antoniemen
Hyperoniemen
Verwante begrippen
[2] namen van loofbomen in de Benelux

Gangbaarheid

50 % van de Nederlanders;
78 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 6 juni 2022 Weblink bron J.D. Gerritsen (geciteerd) Het plantschema voor appel en peer : Welke rassen en onderstammen? in: ZLM Zeeuwsch land- en tuinbouwblad, jrg. 53 nr. 2780 (14 mei 1965), Maatschappij tot bevordering van Land- en Tuinbouw en Veeteelt in Zeeland, p. 7 (495) kol. 3
  2. Bronlink geraadpleegd op 6 juni 2022 Weblink bron “Wilde appel en Eetappel” op ecopedia.be
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be