zammekumme

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Pennsylvania-Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • zam·me·kum·me
Woordherkomst en -opbouw
  • Afleiding van het Pennsylvania-Duitse werkwoord kumme met het voorvoegsel zamme-
vervoeging
tegenwoordige tijd, aantonende wijs, bedrijvende vorm
onbepaalde
wijs
zammekumme
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
zammekumme
enkelvoud meervoud
1e persoon ich kumm zamme mir kumme zamme
2e persoon du kummscht zamme dihr / der
dihr / der
ihr / er
ihr / er
nihr / ner
kummt zamme
kumme zamme
kumme zamme
kummt zamme
kumme zamme
3e persoon er kummt zamme sie kumme zamme
sie kummt zamme
es kummt zamme

Werkwoord

zammekumme

  1. bij elkaar komen, bijeen komen, bijeenkomen, samenkomen, samenlopen
    «In Torgau sin Soldaate vun Russland un Amerikaa zammekumme
    In Torgau zijn soldaten van Rusland en Amerika samengekomen.
Opmerkingen

Werkwoord

zammekumme

  1. voltooid (verleden) deelwoord van zammekumme
Opmerkingen

Werkwoord

sin zammekumme

  1. eerste persoon meervoud voltooide tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van zammekumme

sin zammekumme

  1. derde persoon meervoud voltooide tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van zammekumme
    «Um 9 Uhr sin all die Leit in der Karrich zammekumme
    Om 9 uur zijn alle mensen in de kerk bij elkaar gekomen.