Naar inhoud springen

came

Uit WikiWoordenboek
enkelvoud meervoud
came cames

came

  1. loodlijst

came

  1. verleden tijd van come
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  came     la came     cames     les cames  

came v

  1. (spreektaal) stuf, dope (meestal coke) [2]
  2. (spreektaal) handel, koopwaar
    «T’as encore pensé à mon pognon? – Fais voir la came d'abord!»
    Heb je nog aan mijn poen gedacht? – Laat eerst de handel maar eens zien! [2]
vervoeging van
camer

came

  1. eerste en derde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van camer
  2. eerste en derde persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van camer
  3. tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs (impératif présent) van camer