vitaal

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vi·taal
Woordherkomst en -opbouw
  • hier komt de etymologie van het woord-->
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen vitaal vitaler vitaalst
verbogen vitale vitalere vitaalste
partitief vitaals vitalers -

Bijvoeglijk naamwoord

vitaal

  1. vol levenskracht
    • Hij is een vitale ouwe baas. 
  2. van levensbelang
    • Het behoud van dat steunpunt was van vitaal belang voor de oorlogsvoering. 


Synoniemen


Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.