levendig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • le·ven·dig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen levendig levendiger levendigst
verbogen levendige levendigere levendigste
partitief levendigs levendigers -

Bijvoeglijk naamwoord

levendig

  1. vol opgewekte drukte
    Het levendige gesprek nam een verrassende wending.
  2. voor de geest kunnende halen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl