video

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vi·deo
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord video video's
verkleinwoord videootje videootjes

Zelfstandig naamwoord

video m

  1. (elektronica) de techniek van het opnemen, verwerken en weergeven van in elektronische signalen omgezette beeldinformatie
    • Je kan de presentaties door middel van video volgen. 
  2. (communicatie) een videofilm of videoband
    • Ik heb een video voor de kinderen meegenomen. 
    • Je moet echt je video's over gaan zetten naar dvd, hoor! 
  3. een videorecorder
    • Wij hebben nog een ouderwetse video thuis. 
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Turks

Zelfstandig naamwoord

video

  1. videorecorder