weergeven

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • weer·ge·ven
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
weergeven
gaf weer
weergegeven
klasse 5 volledig

Werkwoord

weergeven

  1. zichtbaar maken, laten zien, tonen
    • In het diagram was duidelijk weergegeven hoe de winst zich het afgelopen jaar had ontwikkeld. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.