videocamera

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vi·deo·ca·me·ra
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord videocamera videocamera's
verkleinwoord videocameraatje videocameraatjes

Zelfstandig naamwoord

videocamera v / m

  1. (elektronica), (communicatie) camera waarmee men video-opnamen kan maken
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie