verkopen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·ko·pen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verkopen


verkocht


verkocht


zwak -cht volledig

Werkwoord

verkopen

  1. (overgankelijk) goederen tegen betaling aan een nieuwe eigenaar geven
    Zij verkochten hun oude bank nadat zij een nieuwe hadden aangeschaft.
  2. (ditransitief) iemand slaan
    Ik verkocht hem een klap voor z'n kop.
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • iets per opbod verkopen
veilen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

verkopen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord verkoop