inkopen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·ko·pen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
inkopen
kocht in
ingekocht
zwak -cht volledig

Werkwoord

inkopen

  1. overgankelijk door kopen een voorraad aanleggen
    • Onze Chef Bier heeft biologisch boekweitbier ingekocht. 
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

inkopen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord inkoop

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.