verkoopcijfer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·koop·cij·fer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord verkoopcijfer verkoopcijfers
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

verkoopcijfer o

  1. de aantallen die van een bepaald (soort) product verkocht worden
     Ik heb door de jaren heen zeker meegemaakt dat ik me onder druk gezet voelde , of liever, onder druk werd gezet , om die mensen te ontmaskeren met het oog op de verkoopcijfers.[1]
     Maar een goede decembermaand kan een historisch dieptepunt in de autoverkoop niet voorkomen, verwacht Dickmann. "Ik denk niet dat we boven de 380.000 auto's uitkomen." Als zijn voorspelling uitkomt, is dat het laagste verkoopcijfer sinds 1969.[2]

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Taylor Jenkins Reid “Daisy Jones & the Six” (2019), Ambo Anthos, ISBN 9789026349249
  2. Bronlink geraadpleegd op 26 januari 2022 Weblink bron “Autoverkopen nergens zo laag als in Nederland” (16-12-2014), NOS