verkocht

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·kocht
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van verkopen: voltooid deelwoord

Werkwoord

vervoeging van
verkopen

verkocht

  1. enkelvoud verleden tijd van verkopen
    • Ik verkocht. 
    • Jij verkocht. 
    • Hij, zij, het verkocht. 
vervoeging van: verkopen…
verbogen vorm: verkochte

verkocht

  1. voltooid deelwoord van verkopen
  2. vormt de lijdende vorm
    • De auto wordt verkocht. 
  3. vormt de voltooide tijden
    • Ik heb de auto nog niet verkocht. 
     Ik ben eigenlijk loodgieter en heb al mijn gereedschap en mijn bestelbus verkocht, waarvan ik deze twee paarden heb gekocht voor 2500 dollar per stuk.[1]
  4. vormt een ergatieve constructie met het hulpwerkwoord raken
    • Het huis raakte maar niet verkocht. 
  5. attributief gebruikt dat wat verkocht is
    • De verkochte auto werd die middag opgehaald. 
  6. partitief gebruikt (zeldzaam)
    • In gedecoreerden (ik bedoel naruurlijk zij die hun decoratiën dragen) is iets verkochts en iets dierlijks.[2] 
  7. bijwoordelijk gebruikt
    • Verkocht en verraden, restte hem weinig anders dan zich in zijn lot te berusten. 
Antoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. De vrije gedachte: tijdschrift op onbepaalde tijden. Volume 2 blz 179 1872
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be