uitverkoop
Uiterlijk
- Geluid: uitverkoop (hulp, bestand)
- IPA: / ˈœytfərˌkop / (3 lettergrepen)
- uit·ver·koop
- samenstelling van uit en verkoop ww [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | uitverkoop | uitverkopen |
| verkleinwoord | uitverkoopje | uitverkoopjes |
de uitverkoop m
- een gelegenheid waarbij tegen gereduceerde prijzen de oude voorraad aan de man gebracht wordt
- Ze houden daar morgen uitverkoop.
| vervoeging van |
|---|
| uitverkopen |
uitverkoop
- (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitverkopen
- ... dat ik uitverkoop.
- Het woord uitverkoop staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "uitverkoop" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 10
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %